Verslagen 2007

Verslag door deelnemers van de Fietsweek 2007

In onderstaande verhalen geschreven door verschillende deelnemers zijn verslagen van de dagtrippen te lezen

 

Vrijdag 13 juli 5e etappe
Dag 5: De slotdag, Guillestre – Col d’Angnel (2744m) – Guillestre
Tekst: Harrie de Boer

 

Fietsweek 2007, Guillestre , laatste etappe, Agnel We staan op – gelukkig niet een tocht voor vroeg opstaan, dan wordt het zo´n haastklus. Het is wel een tocht van behoorlijke omvang: vanaf Guillestre, op 1000 m, naar Col Agnel op 2750 m, dus denivelation ongeveer twee kilometer! Reken maar uit welke massa je van hoe hoog naar hoe hoog moet tillen. Een trap oplopen van meer dan 10 treden levert al hijgen op! Maar er blijft toch nog enige hoop; als je een trap oploopt, doe je dat geloof ik anaërobe , als je tegen zo´n berg oprijdt niet. Dat is gunstig. Dan komt je duurvermogen om de hoek kijken en dat is gunstig voor mij (denk ik nog).

Greetje en Gerrit, mijn buurlui op de camping, zijn reeds bezig met het ontbijt bestaande uit multi-gekleurde fluodrankjes met stokbrood. Verderop zie ik nog meer activiteit. Ik ben al een van de laatste. Nou ja, ik heb ook sinds kort een vriendin die lekker lang tegen me aan wil liggen s´morgens. Ik kan daar geen weerstand aan bieden, we hebben nog iets in te halen, lijkt wel.

Ik heb wel zin in de Agnel c.q. Pain de Sucre. Suikerbrood vond ik altijd al wel lekker. 10 jaar geleden reed ik hier weer de eerste goede tocht na hartproblemen, met Frits, na een linzenrecept van hem. En ´t is de laatste dag.

Fokke, tourdirecteur, maant tot haast. Anders wordt het toch weer te laat. Zoals steeds. En daar heeft-ie genoeg van, hij wil er vanaf, van dat gefiets. Hij gooit er meteen een striemend ritme op, eerst door de Gorge op weg naar Queiras en vervolgens de klim. Eveline, ook nog niet op gang gekomen, moet er al af. Tourdirecteur Fokke wordt tot de orde geroepen, we rijden totdat de klim begint samen en een beetje rustig. En dan kun je ook nog wat kijken naar hoe mooi die Gorge eigenlijk is.

Na een korte stop aan ´t begin van de klim wordt de koers vrijgegeven, ruim 22 kilometer steil omhoog, naar 2750 meter. Stijgingpercentage 8 a 9 procent met uitschieters naar 10 en meer. Roofvogels, marmotten, dorpjes, beekjes met berglopers, ravijnen, bloemen, bergmeertjes. Hoe erg het wordt weet je dan nog niet. Het dak van de fietsweek, zegt Edwin geruststellend; hij blijkt er overigens achteraf niet al teveel problemen mee te hebben, nou ja, hij gaat Almere doen, mag ook wel.

Halverwege de klim kom ik echt in de problemen. Eveline, aanvankelijk nog bij me in de buurt, is dan al uit zicht verdwenen. Alleen Koos, die de hele week voor me reed is nog achter me. En hij is de maat, als je daarachter rijdt is de koers voorbij, dan kom je buiten de limiet. Zo is dat nu eenmaal. De weg begint steeds trager onder me door te lopen. Het lijkt wel alsof het geen verschil maakt of je nu doorrijdt of stopt. Op de computer staat soms 8 en zelfs 7 km p.u. Hoger gekomen steekt een harde wind op, op sommige stukken tot aan een haarspeldbocht gaat het recht tegen de wind in.

Harde wind op kop, stijgingspercentage 10 procent, inmiddels volkomen aan het eind van de krachten, verzet kan niet kleiner, weg loopt door tot aan de horizon, niemand voor je, ook niemand achter je, maanlandschap, nog trager trekt het slechte wegdek onder je door. Je kan hier ook stoppen zonder dat het iets uitmaakt en zonder dat iemand het ziet.

En dan zie ik Koos achter me. En ik zie ook ineens heel hoog boven me de top met een paar figuurtjes. Zouden ze op me wachten? De IJzeren Wet? Boven aangekomen wachten we op elkaar. Heeft Koos me gezien? En haalt-ie me in? En dan?

Ik kom net binnen de twee uur boven. 1.58. Ik hoor het allemaal: Lieuwe is eerste, fantastisch. Eveline heeft nog een voor haar rijdende groep ingehaald, Koos eindigt toch nog voor mij, maar gelukkig niet zoveel, zodat ik volgend jaar weer meekan. Hilde, van Jerzy, komt ook boven en zegt ` nooit meer`. Hulde aan haar! En dan is het leed vergeten en is de overwinning daar. En mijn vriendinnetje staat er ook. En zegt dat ik een held ben.

Harrie de Boer


 

Donderdag 12 juli 2007
Dag 4: De koninginnenrit, 189 km .
Vier col’s, Col d’ Izoard ZZ, Col de Montgenèvre, Col l’ Echelle en Col d’ Izoard NZ
Tekst: Frits Riemersma

 

Het is 09.15 uur donderdag 14 juli 2007. Een grote groep vertrekt vanaf de camping voor de langste rit van deze week, De koninginnenrit. Gastrenner Wiel van Aken is met Andre Rodenburg een half uur eerder vertrokken. We zullen vier col’s over moeten waarvan twee van de haut categorie. In de aanloop van de Col d ‘Izoard fietsen we in een lang gerekt lint door de prachtige Georges van de streek. Het is prachtig weer en dat belooft het ook te blijven. Niet te warm maar ook niet te koud. Bij de afslag naar de Izoard wordt netjes op iedereen gewacht.

Wanneer het sein voor vertrek wordt gegeven gaat ieder op zijn tempo naar de boven. Degenen die zich sterk voelen en wat willen laten zien voorop. Ik besluit om alles op gevoel te doen, gezien mijn rug nog lang niet optimaal is en ik de rit graag wil uitrijden. Al vrij snel liggen de leden van de groep vrij ver uit elkaar. Bij het ingaan van het eerste dorp zijn de verschillen al aardig opgelopen al kun je in de tussenliggende afdalingen nog een beetje inlopen op je voorgangers. Vanuit het dorp beginnen we aan een beroemd zoniet een berucht stukje klim. Het wegdek ziet er fraai uit maar het stijgingspercentage kun je er niet vanaf zien. Alleen je benen voelen hoe zwaar het aan het worden is. Je bent genoodzaakt om je kleinste verzet in mijn geval 39/27 bij te zetten om nog in een beetje ritme door te kunnen rijden. Door de bocht en langzaam het bos in rijdend begint de echte klim met meer aansprekende stijgingspercentages van 7 á 8 %. Het blijft altijd een schitterend gezicht. Renners voor je en achter je allemaal met één doel netjes boven komen. Lieuwe rijdt al geruime tijd voor mij uit, de afstand blijft gelijk ten opzichte van elkaar. Daarvoor rijden Esther en Gerard. Erik rijdt met overmacht als eerste naar boven. Tijdens de laatste drie km kreeg ik ik eindelijk mijn klimritme te pakken en zette ik er een tandje bij. Kijk dat schiet op. Al snel krijg ik Esther en Gerard Ypma te pakken. Heerlijk gevoel om daar met een gemakkelijke tred naar toe te rijden. Een kilometer voor de top rijd ik redelijk vlot over ze heen om uiteindelijk als derde boven aan te komen. Erik één, Lieuwe twee, Frits drie, Gerard vier, Esther vijf, waarna Gerrit, Edwin, Jan, Thomas, Menno en de anderen de rij sluiten. Daarachter volgt de rest. Wiel en Andre zaten al op ons te wachten. Als ik boven op mijn horloge kijk blijkt dat ik niet ontevreden ben met de gereden tijd. 1.04.00. Het is niet mijn snelste maar gezien de omstandigheden ben ik op de weg terug. Nadat iedereen boven is aangekomen besluiten we met de groep die de hele dagtrip wil rijden af te dalen naar Briançon om daarna Col de Montgenèvre te beklimmen.

Afb. 1 Profiel van de koninginnenrit 2007

Vanuit Briançon is het in de stad zelf nog even stevig klimmen. Ik ken de weg redelijk goed en het verzoek is om mij maar voorop te laten rijden. Rijden we tenminste geen overbodige kilometers. We houden het tempo strak want de dag is lang en er kan nog veel gebeuren. Maar al snel blijkt dat voor sommigen het tempo iets te laag ligt en Wiel zet er een tandje bij gevolgd door gastrenner Thomas Mulrooney, Erik en Esther. Ik besluit om mij niet te forceren en in mijn eigen tempo door te rijden. De weg is goed geplaveid en er zijn gelukkig weinig vrachtauto’s en dat is wel eens anders geweest. Voor mij uit zie ik ze stevig doorrijden, maar dan komt voor de eersten de ontluistering. Bijna boven aangekomen nemen ze voor het dorp een nieuw aangelegde tunnel, waar ze normaal niet met de fiets door mogen rijden. Hier zul je links moeten aanhouden om het dorp Montgenèvre in te rijden. Ik neem de afslag en kom met Gerard en Lieuwe keurig boven bij col de Montgenèvre. We wachten op de rest maar niet iedereen neemt de goede route uiteindelijk is het Gerrit, Feike, Edwin, Jan R. en Koos die goed aankomen in het dorp. En jammer voor de anderen, de wielerwetten voor deze week zijn hard. De rest is abandonner. Ze tellen helaas niet meer mee voor het klassement van de week. Gerard Ypma neemt de virtuele leiding over. We drinken een cola en maken een foto bij de col om dan op zoek te gaan naar de andere renners. En ja hoor ze staan keurig aan het einde van de tunnel verontwaardigd op ons te wachten. Als blikken konden lezen, de gezichten stonden een beetje op onweer, maar niet voor lang. Na uitleg pikten we de draad weer op en werd er stevig door gereden naar Roux. Een lange afdaling met de wind op de kop weerhield ons niet om voortdurend tegen de 50 km te rijden. Schitterend en tegelijk heerlijk. Een warme wind raast door de gaten van je helm met zo nu en dan een forse tik van een mug of wesp erop. Of het leven ervan afhangt denderen we door het centrum van een dorpje. Het wegdek is geplaveid met koppelsteentjes en kinderen en bejaarden haasten zich uit de voeten bij het zien van dit peloton renners. We draaien in dit dorp naar het westen af richting Atlasje. Het is nog 11 km en het tempo blijft stevig. Totdat we 3 km voor het dorp een verbaasde Edwin den Dunnen naast ons komt rijden. Hij roept Esther, die op dat moment op kop rijdt, even tot de orde. We krijgen te horen dat het wel een beetje te stevig tempo is. Het gas gaat eraf en aangekomen in Atlasje krijgen we te maken met de eerste lekke band van Feike. De groep wordt gesplitst, één gaat banden plakken en de anderen zoeken een plaats voor de middagpauze.

 

Uiteindelijk zitten we een kwartier later om 14.15 uur gezamenlijk op een terras, waar we 14 spaghetti met tomatensaus bestellen met even zoveel glazen cola. We hebben er nu 89 km op zitten en we zijn nog niet over de helft. Er moet nog flink worden geklommen. Maar de moraal is goed en we beginnen aan de klim van de Col de l’ Echelle. Geen lange klim maar wel stevig. Er vormt zich al snel een groepje van Esther, Wiel, Thomas, Lieuwe en Frits. Na 35′ klimmen zijn we boven op een altitude van 1762 meter. Wanneer iedereen boven maken we nog een foto en beginnen we aan de lange maar prachtige afdaling. We rijden door dorpen die zichtbaar niet door het toerisme zijn aangedaan. We komen halverwege de klim van de col Montgenèvre uit. Het is dan nog enkele kilometers rijden en we zitten in Briançon Vlak voor het binnenrijden van het centrum rijdt Gerard lek. Het is 17.00 uur en we nemen even de tijd voor de reparatie en we prepareren ons voor de laatste klim van de Col d ‘Izoard NZ. De bidons worden gevuld en aan de voet van de klim wordt nog even gewaterd. Hier besluiten Jan Reiffers en Feike om net aan de klim te beginnen. Het is net iets te veel van het goede. Ze nemen de route national.

 

De overblijvers starten om 17.12 uur voor het laatste stuk van 40 km. Er vormt zich al snel een groep van 5 koplopers. Wiel van Aken gooit de knuppel in het bekende hok en ik kan het niet laten om hem te volgen. Ik voel me goed en waarom ook niet. Het is het proberen waard. Maar Wiel kennende komt even later al weer vlot over mij heen met het verzoek kom op man doorgaan. maar dan slaat het noodlot toe ik wil wel maar de rug laat te wensen over. Het schiet er ook zomaar weer in. Het is nu een zaak van rustig naar boven rijden en zorgen dat je er komt. Al vrij snel haalt het achtervolgende groepje met Menno en Thomas op kop gevolgd door Gerard en Esther mij in. Het ontstane gat daarachter met Gerrit, Koos en de zijnen is groot. Het is nu ieder voor zich. Het is al laat in de middag en de temperatuur is dalende. Gelukkig vergezelt de zon ons nog een beetje, maar aangekomen in het bos is ook die verdwenen. Voor mij uit zie ik Gerard rijden. Hij blijft op een bepaalde afstand voor me tot het moment dat ik hem nader in een bocht en hij mij vraagt of ik nog een binnenbandje heb. Natuurlijk Gerard, alleen ik kan je niet helpen, ik moet niet van de fiets af anders kom ik helemaal niet meer boven. “Geen probleem”: roept hij me toe “Ik red me wel.” Terwijl ik het zadeltasje naar hem toe werp. Ik heb nu het allerkleinste verzet staan van 38/27 jawel, een noodverzetje om mee thuis te komen als de vorm niet zo goed. Blij met elke omwenteling van de pedalen rijd ik de lange weg naar boven, het bos uit en via enkele haarspeldbochten begin je dan aan het laatste kale stuk van de klim. Links van de weg vlak onder de top nog een restaurant passerend maar bij het bijna zien van de top krijg je nog een beetje moraal. Wiel staat mij op te wachten met zijn fotocamera. Hij zal wel goed gereden hebben. Boven aangekomen zitten de eersten heerlijk in het late zonnetje uit de wind een cola te drinken. Wouwwww wat een begin van de avond na een lange dag fietsen.

 

Het is nu nog een zaak van afdalen naar Guillestre. Boven horen we dat Menno, zich voor bereidend op de Norseman Extreme toch Wiel nog is voorbij gegaan. Derde was Thomas, ook sterk fietsend en in voorbereiding voor de Norseman, boven gevolgd door Lieuwe, die elk jaar sterker begint te fietsen, Esther altijd degelijk en niet van haar stuk te fietsen en Erik, die even een tijd lang het klassement van de week leidde had vandaag zijn dag niet. Frits, beetje pech dit jaar volgt dan waarna Gerard, deze week nieuwkomer maakt indruk en volgt. Al vrij snel volgt Gerrit, dit jaar alles op de hartslagmeter en die mag niet hoger dan 140 HF en dat legt hem geen windeieren. Ook Jan Kollé rijdt een fietsweek als nooit te voren, Koos op zijn nieuwe aanwinst een colnago rijdt zonder bijgeluiden in vorm naar boven. Edwin rijdt ook deze tochten moeiteloos mee als voorbereiding op Almere. Wat een avond en tocht zeg. We zijn allemaal tevreden over ons zelf. Met 12 renners de tocht volbrengen is heel netjes. Door de jaren heen is het niveau geweldig gestegen. De wachttijden zijn ook steeds kleiner geworden. We besluiten om 19.00 uur de afdaling in te zetten. De windjackjes en mouwtjes gaan aan en dan rustig afdalen. In het korte tussenstuk van de Dessert de Cascade is er een kort pittig klimmetje. Hier slaat even het noodlot toe, opnieuw een lekke band, jawel van Gerard. Degene die nog luchtcapsules en binnenbanden heeft moeten zich melden. De band wordt gerepareerd maar loopt net zo hard weer leeg. Dit herhaalt zich nog eens 2 keer. Dan gaat Gerrit zich er mee bemoeien en geeft even een lesje banden wisselen. Gerard en de rest kijken met verbazing toe naar het snelle handelen en het begeleiden van woord en gebaar van deze oude rot. We zijn door de banden en lucht heen en nu maar hopen dat hij het haalt op 5 bar. We rijden niet al te hard naar beneden. Maar intussen zijn we aardig koud geworden. Ik zit te klappertanden op de fiets. Toch een beetje vreemd ik kan me nog erg goed extremere toestanden voor de geest halen. Maar goed het is zo en nu maar hopen dat we in de afzink een beetje opwarmen. Bij de afslag is de band nog steeds dicht en we gaan als groep richting Camping La Rochette in Guillestre. Het is verlaat maar toch zijn we allen voldaan van de dagtocht van 189 km. Het is inmiddels 20.45 uur en gelukkig is de pizzeria van de camping nog open. Na een heerlijke douche kunnen we daar nog terecht. De 24e fietsweek leverde weer een prima koninginnenrit op. Dank aan alle renners voor het volbrengen van deze prachtige dag.

 

Frits Riemersma


 

De koninginnerit door de ogen van een beginner

 

Tekst: Gerard Ypma,

 

Voor de fietsweek had ik eigenlijk al nagedacht over de koninginnerit. Uit overlevering had ik namelijk al begrepen dat dit alleen voor een select gezelschap bovengemiddeld getalenteerde fietsers was. Stiekem had ik natuurlijk wel gehoopt dat ik misschien net op die dag in topvorm zou steken, zodat ik in ieder geval zou kunnen starten. Maar mijn gebrek aan fietservaring in het hooggebergte was natuurlijk een groot struikelblok. De heuvels in het Limburgse landschap waren tot voor kort de langste beklimmingen in mijn carriere.

Gedurende de week bleek echter dat ik het fietsen bergop best aardig ging. De kopgroep reed meestal nog wel een stukje voor me uit, maar mijn achterstand viel best nog wel mee. Afdalen was voor mij over het algemeen lastiger dan klimmen, maar de achterstand die je hiermee oploopt is vrij gering. Zo ontstond de situatie dat ik misschien nog wel het meeste opkeek tegen de vlakke stukken, waar over het algemeen behoorlijk gekoerst werd. En dat is eigenlijk nog een understatement, eigenlijk werd er gefietst alsof er flinke winstpremies aan de streep lagen.

 

Op donderdag 9.00 stond het hele peloton klaar voor de koninginnerit, de shirts volgeladen met gels en repen. In een stevig infietstempo werd er richting de voet van de Col d?Izoard gereden. Sommigen gebruikten deze berg om even goed warm te worden, maar er waren ook een aantal die meteen hun kandidaatschap voor de bolletjestrui stelden. Met name Erik, Frits en Esther pakten hier punten voor het fictieve klassement. Op de top werd afscheid genomen van de mensen die niet meegingen over de overige cols. De afdaling naar Briancon verliep voorspoedig en vanuit de oude vestingstad begonnen we al aan de volgende beklimming: de Col d? Echelle. Na de vorige berg viel deze heel erg mee. Er was een flinke kopgroep vooruit gereden, maar men had de Tomtom blijkbaar niet mee, want toen ik met Frits bij de top kwam, was er nog niemand. De koplopers waren een tunnel ingedoken en hadden de afslag naar de top daarbij gemist. En dat levert uiteraard geen punten op. Toen we weer compleet waren werd de grens naar Italië overgestoken. Met prachtige vergezichten van onder meer de Olympische bobsleebaan, splinternieuwe snelwegen maakten we ons op voor de lunch. Feike had tussendoor echter nog de twijfelachtige eer om de eerste lekke band van de dag te scoren. We vonden een mooi terrasje waar we met de hele ploeg konden zitten. Voor iedereen vormde de pasta bolognese een goeie mix van voedingswaarde en de fantastische italiaanse keuken.

 

Met volle magen werd de volgende berg beklommen, de montgeneve??. Ook hier kwam iedereen mooi op eigen tempo weer naar boven. Aan het eind van de afdaling in Briancon begon mijn voorwiel te zwabberen: een lekke voorband. Na het verwisselen hiervan, begonnen we aan de tweede beklimming van de Col d?Izoard. De vorm was nog steeds wel goed en het klimmen ging vrij goed, totdat ditmaal mijn achterband het begaf. Aangezien ik al door mijn voorraad reservebanden heen was, moest ik deze keer wachten op achtervolgers. Gelukkig gooide Frits een bandje naar me toe. Toen dacht ik dat ik mijn portie lekke banden wel gehad had, maar het lot besliste anders. Na een paar meter in de afdaling was de achterband alweer lek. Nu was de tijd aangebroken om de experts in te schakelen, maar deze konden ook geen redenen ontdekken voor dit continue onheil. Gerrit had de band in een recordtijd opnieuw verwisseld, maar in nog kortere tijd was hij weer leeg. Daarna heeft Koos zich over de band ontfermt en hij was wel succesvol. De daaropvolgende afdaling was wel even lastig, aangezien mijn vertrouwen in mijn fiets op dat moment niet erg groot meer was. Met een half oog hield ik toch steeds mijn achterwiel in de gaten. Ondertussen liep de snelheid toch snel weer op tot een dikke 50 km per uur. Gelukkig ging het ditmaal wel goed en reden we zonder problemen terug naar de camping.