Verslag dag 1

Verslag door deelnemers van de Fietsweek 2005

In onderstaande verhalen geschreven door verschillende deelnemers zijn verslagen van de dagtrippen te lezen

Fietsweek 2005: Dag 0 en dag 1
Zondag 24 juli 1e etappe
Tekst Menno ter Bals


Na drie weken lang mentaal opgewarmd te zijn met Tourbeelden via de buis is het eindelijk de beurt aan ons voor een eigen ‘petit-Grande Boucle’. De beproefde succesformule van dit jaarlijks terugkerende spektakel belooft andermaal een uitputtende strijd op de flanken van het Franse hooggebergte. Ditmaal letterlijk grensoverschrijdend met de beruchte Colle delle Finestre in het Italiaanse deel van het Alpenmassief.

Een viertal overmoedige Groningers, Hilde, Jerzy, Emile en ondergetekende, meent dat het intensieve programma nog wel wat uitgebreid kan worden en besluit de uitputtingsslag een dag eerder te beginnen nadat een gare versnellingsbak een tijdelijk einde heeft gemaakt aan het nog prille bestaan van de nieuwe bolide van de familie Kasemier. Nadat de bagage van het gestrande clubje in le Bourg d’Oisans is overgeladen in de Golf van Emile zet diens vriedin Nilom koers naar Guillestre in de volgepropte auto. Fris als we zijn na een nacht rijden stappen we onverschrokken op de fiets en trappen de eerste 110km op de teller. Vermoeid na een reis van 24 uur zetten we eindelijk voet op Guillestraanse bodem. De kop is eraf voor ons. Gek genoeg voelden de benen nog erg goed aan na meer dan 36 uur zonder slaap, ruim 2 uur duurloop en 12 uur in de auto. Een traditioneel onthaal met de nodige handdrukken en zoenen later zetten wij onze tentjes op in het reeds gezellige kamp B. Omdat de vermoeidheid zich nu echt meester begint te maken van mijn fysieke gesteldheid en mentale bewustzijn ben ik blij dat ik nog net een pizza naar binnen weet te proppen voordat ik in mijn en opgeblazen mandje in een welverdiende diepe slaap val. Morgen dag 1 met het voltallige peloton. Ben benieuwd of de benen dan nog steeds goed draaien.


Dag 1 kan goed beginnen met uitslapen ware het niet dat mijn plan ruw verstoord wordt door een vrolijk kleppend groepje triatleten, rechts van mijn hoofd, die al op tijd aan hun eerste bakkie zitten. Bovendien heerst er sinds enkele tientallen minuten een broeierig tropisch klimaat in mijn tentje. Niet uitslapen dus, maar wel goede indicatoren voor een warm en gezellig weekje. Zoals gewoonlijk heerst er op de eerste ochtend een licht nerveus sfeertje; over en weer speurende blikken naar de ‘concurrentie’, hun materiaal, eventuele overtollige vetreserves, afgetrainde koppies of vermoeide gezichten.

Om 13 uur is het zover en kan de pret beginnen. Op het programma staat een relatief makkelijke rit om de omschakeling van ons platte pannenkoekenlandschap naar het steile bergmassief te bewerkstelligen. Herhaalde pogingen om de hele groep atleten voor de ingang van de camping digitaal te vereeuwigen leveren uiteindelijk een rendabel resultaat op: de volledige groep min één. Het pak zet zich in beweging en ‘en groupe’ worden de eerste kilometers in een optimistische stemming afgelegd op weg naar de eerste hindernis van de dag, een klimmetje van geringe afstand en hoogte. Samen met Esther en Erik begin ik met een kleine voorsprong aan de beklimming. Erik blijkt al wat langer in Guillestre te zitten en beschikt na enkele etappe’s, waaronder onze koninginnerit, al over goed draaiende klimmersbenen. Dit manifesteert zich al vrij snel als hij met speels gemak bij Esther en mij wegspringt. Ik besluit me niet meteen gek te laten maken en klim in eigen tempo rustig verder onder het genot van een behaaglijk zonnetje en een lekker bidonnetje Maltex, toverdrank voor triatleten. Eenmaal boven gearriveerd wacht de Savoldelli’s onder ons een aangename verassing: een zeer steile rechte afdaling waar je je als een baksteen naar beneden kan laten vallen. Het officiele GVAV-record schijnt hier op 96km/h te staan. Een klein negatief aspect is het gelijkwaardig kruispunt onder aan de niet al te lange afdaling. Voor diegenen die nog niet levensmoe zijn is tijdig in de remmen knijpen dus verstandig. Voor zover ik weet heb ik geen kamikazepiloten naar beneden zien vliegen, is niemand vermist en is het record ruimschoots buiten bereik gebleven.


Op naar de eerste serieuze klim, de Pré de Mme. Carle, met een hoogte van 1874m. Na de hergroepering aan de voet van de klim wordt het peloton losgelaten voor 12(?) stevige kilometers met het venijn in de staart zoals later blijkt. De ongeduldigheid en het uitgelaten enthousiasme onder een aanzienlijk deel van de groep komt al in de eerste meters bovendrijven. Edwin is de eerste die zich niet meer kan bedwingen en gooit schaamteloos de knuppel in het hoenderhok. Op de grote plaat valt hij de Mme. Carle aan met een allesbehalve kinderachtig tempo. Het pak wordt direct uit elkaar getrokken en voorin de koers ontstaat een kopgroep onder het bezielende tempo van Edwin. Wanneer Frits even later overneemt en er nog een schepje bovenop gooit ontploft de koers en beginnen de eersten te lossen onder het stijgende hellingpercentage. Frits laat er vervolgens geen gras over groeien en fietst met ogenschijnlijk gemak weg van de overgebleven medevluchters. Het is nu ieder voor zich het eigen ritme zien te vinden. Tot mijn verbazing fiets ik Esther en Erik uit mijn wiel en vind mezelf terug op de tweede plaats. Hoewel ik nog binnen hun blikveld blijf en krasse knar Frits al ruimschoots uit beeld is verdwenen blijft het voorspoedig gaan. Maar niet voor lang, want enige kilometers verder kom ik klem te zitten achter twee auto’s die voor een smal bruggetje wachten om een tegenligger voorrang te verlenen. Behendig maar brutaal sturen Esther en Erik om de auto’s heen en nemen voorrang op de tegenligger. Zodra ik weer op gang ben hebben de twee naast een slinks verworven voorsprong ook een verongelijkte achtervolger op de hielen zitten. Onder het credo ‘dat gaat zomaar niet’ weet ik de aansluiting weer te vinden en even later de geleden schade te verhalen op het duo door opnieuw een voorsprong op te bouwen. Ditmaal niet zonder succes, maar met de tanden op elkaar stoemp ik naar een tweede plek op de Mme. Carle. Met een voldaan gevoel stap ik van de fiets; de benen zijn nog steeds goed. Genietend van het prachtige uitzicht lurken we gemoedelijk aan een colaatje op het terras zodra de laatste matadoren uitgestreden zijn op de Mme. Carle. Dag 1 zit er op voor wat betreft het klimmen, terug naar de camping is voornamelijk afdalen.

Een uitstekend begin van een mooie week lijkt me; stralend weer, schitterende panorama’s, een gezellige groep, mooi klimwerk en uiteraard ontspanning. Wat kan een mens nog meer wensen?