Peter’s verslag 2014

De fietsweek die verregende (en toch ook weer niet).

 

Door Peter van Ravenswaaij.

 

De 31ste fietsweek (start zaterdag 5 juli) had als basis camping le Colporteur in Le Bourg-d’Oisans. De groep bestond uit 20 personen voor het grootste deel GVAV-leden. De weersvooruitzichten waren matig: zaterdag en zondag nog goed, maar maandag en dinsdag slecht, waarna op woensdag het herstel zo intreden, maar echt warm zou het de rest van de week niet worden.

 

Inderdaad was het zaterdagmiddag lekker weer toen ik op de camping aankwam en ook zondag was het goed fietsweer. ’s Ochtend ging ik nog een uurtje hardlopen en ‘s middags fietsten we 55 km met daarin 2 cols. Het hoogste punt was Col de Sarenne (1999 m) en via de L’Alpe-d’Huez gingen we naar beneden en rolden we zo de camping op.

 

Voor de maandag stond een forse rit op het programma: 120 km met 3 cols. Echter toen we aan het lunchen waren, nadat we de Col de Luitel (1262 m) en Chamrousse (1750 m) bedwongen hadden, sloeg het weer om en kwam de regen met bakken uit de hemel. Besloten werd om niet via de Col de Luitel terug te gaan, maar er omheen te rijden. Ook al omdat we de afdaling vanuit Chamrousse in dichte mist (=wolken) hadden moeten doen en het op de Luitel waarschijnlijk net zo zou zijn. Gelukkig was het nog aardig warm, waardoor de terugreis meeviel.

 

Op dinsdag was het het echter wel koud. 12 Graden was het ’s ochtends en 16 was het voorspelde maximum voor in het dal. Verder regende het af en toe. Op het programma stond een rit van 130 km: Col de Lauteret (2058 m), linksaf door naar de Galibier (2646 m) er overheen naar Valloire en weer via de andere kant van de Galibier terug. De fietsweekdirectie besloot ’s ochtends om de etappe in te korten en dit laatste stuk niet te doen. Goed ingepakt gingen 12 dapperen om 10 uur op pad. Echter aangekomen op de Lauteret hadden nog maar 4 personen zin (en energie) om de Galibier op te gaan: Taco, Edwin, ikzelf en Maarten ten Brinke. De klim zelf viel mee (alleen de laatste kilometer is echt steil), maar het weer maakte er een zware beproeving van. Af en toe hagelde het en Taco zijn Gopro registreerde een minimumtemperatuur van 0,6 graden. Vlak voor de top kwam ik Taco en Edwin tegen, die weer naar beneden gingen, want het was te vies weer om boven te blijven wachten. Ik vond het wel mee vallen, maar ik was dan ook goed ingepakt: naast mijn winterfietskleding, had ik ook dichte handschoenen aan en overschoenen. Ik deed mijn daaljack aan en raakte in gesprek met een Nederlander die vanaf de andere kant omhoog was gekomen met zijn tourfiets van 15 kg plus 20 kg bagage. Respect !

 

Ondertussen was Maarten ook boven en konden we zamen aan de afdaling beginnen. Nu kreeg ik het dus wel koud. Na een paar km zat ik te rillen op de fiets. Gelukkig waren we in 15 minuten weer beneden op de Lauteret, waar Taco op ons wachtte. Maarten had geen dichte handschoenen aangehad en toen zijn vingers begonnen te ontdooien, liep hij schreeuwend van de pijn het hotel binnen om ze onder de kraan te houden. We besloten om nog even door te rijden naar la Grave om daar te gaan lunchen, want als we hier gingen lunchen, moesten we straks weer in de kou afdalen en nu waren we toch al koud. Zo gezegd, zo gedaan. De crepe’s in la Grave smaakten dubbel zo lekker en toen we op de camping terug waren, hadden we mooie verhalen te vertellen.

 

Ondertussen was de weersverwachting echter verslechterd: het zou nu pas in het weekend droger worden. In diverse tentjes werd overlegd hoe het nu verder moest, want in nog een paar dagen in de regen en de kou fietsen, had niemand zin. Sommigen wilden donderdag naar huis gaan, anderen wilden naar het zuiden, waar het wel beter weer was en een tweetal ging zo wie zo woensdag al weg.

 

Op woensdagmorgen werd onder de paraplu’s door de directie overlegd, en werd besloten om de fietsweek te beeindigen. Dit was de eerste keer in 31 jaar dat dit gebeurde, maar het was dan ook nooit lang regenachtig en koud geweest. De camping waar wij stonden was ook leeg aan het lopen. Bijna iedereen ging weg. De mensen die verder wilden fietsen in het zuiden braken hun tenten op en wisselden telefoonnummers uit. Men ging naar het Lac de Sainte-Croix (in de Provence) en zou proberen om weer bij elkaar te staan op een camping niet vlak aan het water, maar 2 km daar vandaan, waar er meer kans was op lege plekken.

 

Ondertussen had ik een dilemma: ik had namelijk gepland een wedstrijd (middenafstand) te doen op de zondag aansluitend aan de fietsweek, daar in de buurt. Ik had me daar ook al voor ingeschreven. Navraag leerde dat donderdag iedereen weg zou zijn. Ik zou dan alleen achter blijven, samen met het slechte weer. Dus ik besloot om de wedstrijd te laten schieten en mee te gaan naar het zuiden.

Snel inpakken, de tent afbreken en achter Edwin en Esther (sr) aan, die de camping hadden uitgezocht. Daar aangekomen (het was inderdaad daar goed weer) hadden ze geen 3 lege plekken naast elkaar, maar nog wel 2. Met een beetje passen en meten, zou dat genoeg moeten zijn. Dus werden de anderen geinformeerd waar de nieuwe basis was en uiteindelijk werd de fietsweek dus voortgezet met 8 man (Frits, Taco en Djoeke, Dianne, Emiel, ikzelf en Edwin plus Esther) en een peuter (Kai, zoon van Esther en Edwin). Woensdagavond werd nog Nederland-Argentinie gekeken op een terras in een naburig dorp (de camping had geen kantine met TV).

 

Gelukkig gingen we donderdag pas om 13 uur fietsen, want het draaide uit op verlengen en strafschoppen, dus waren we pas heel laat weer (met kater en al) op de camping terug.

 

Donderdagochtend ging ik met Emiel en Dianne nog even een uurtje hardlopen.

 

Donderdagmiddag werd er een grote ronde (65 km) rond het meer gefietst. Lastiger dan ik verwachtte, want de weg liep haast nergens langs het meer en het was veel op en af.

 

Het was lekker weer: zonnig en ongeveer 23 graden. Wel stond er een harde wind (de Mistral stak op en zorgde 2 dagen voor koude nachten).

 

Vrijdag was het dan tijd voor het serieuze werk: 145 km en ongeveer 3000 hoogtemeters. We deden een ronde rondom de Gorge du Verdon met nog een extra lus de Gorge in. Het landschap was prachtig (zonnebloemen, lavendelvelden, bossen, bergen en het grote meer) en indrukwekkend (de Gorge en de gieren), het weer was mooi (zonnig bij 25 gr) en het was dus genieten. Alleen de laatste helling (2km a 16%) was even doorbijten. Moe maar voldaan arriveerden we op de camping, waar we 30 minuten later aan konden schuiven voor het eten (op het overdekte terras). Twee keer per week kon je daar inschrijven voor een zelf gekookte maaltijd. De vorige dag hadden 4 van ons dat gedaan en dat was goed bevallen en spotgoedkoop. Dus had Frits gevraagd of de mevrouw vrijdag misschien voor onze groep weer zo iets wou klaar maken en dat was dus gelukt. Lekker en makkelijk.

 

Zaterdag moesten Emiel en Dianne terug naar Nederland, maar de rest kon nog wat langer blijven (zelf hoefde ik pas dinsdag terug). ’s Ochtend ging ik een duurloopje doen en ’s middags samen met Frits zwemmen met wetsuit (zonder kon ook wel) in het meer. Het weer was nu ideaal: 27 gr en zonnig en de wind was gaan liggen.

Zondag hebben Taco, Frits en ik dan nog een hele mooie tocht gefietst: de ronde rond het meer en de ronde rond de Gorge (maar dan zonder het lusje) aan elkaar geknoopt, maar dan in de andere richting. Zie je toch weer hele andere dingen. Het was genieten en ik merkte dat mijn benen beter waren geworden. Ik kon Frits bijhouden en ook Taco liep bergop niet zo ver meer op me uit.

 

Dit was dan de laatste fietsdag van een bijzondere fietsweek. Uiteindelijk is het voor deze kleine groep dan toch nog goed gekomen. En misschien is dit wel het begin van versie 2.0 van de fietsweek: de mobiele fietsweek.

 

 

  1. De fietsweek is geen GVAV-activiteit. Echter in de praktijk is het GVAV-gehalte hoog. Deelname is op uitnodiging. Heb je interesse om volgend jaar mee te gaan, meldt je dan bij Jan Reiffers of Taco de Jong. De directie beslist dan of je voor 2015 een uitnodiging krijgt.