Hoe het begon

Fietsweek 1 oude stijl 1976

 

Le pont-de-Beauvoisin

 

Hans Plate woonde ondertussen in Leeuwarden. Hij was afgestudeerd in de diergeneeskunde aan de universiteit van Utrecht, waar hij een zeer gewaardeerd wielrenner was geweest. Als zoon van dokter Plate uit Dalfsen belichaamde hij een moderne Gerben Karstens. Zijn fiets, een Locomotief, werd later de eerste racefiets van Fokke de Kok. Deze fiets was oorspronkelijk eigendom van de “bekende” wielrenner Johnny Meijer en was voorzien van een bijzonder voorwiel dat Johnny in de ronde van Waspik had gewonnen.

 

Vele jaren later liet Fokke dit wiel vaak opzettelijk in de imperiaal op de auto zitten. Na aankomst in Frankrijk werd deze dan met een tikje in beweging gezet om tot ons aller verrassing de volgende ochtend nog steeds te draaien. Nooit heb ik iets gezien dat dichter bij een perpetuum mobile kwam. De onderlinge contacten leiden er toe dat een viertal renners, Gerk Numan, Hans Plate, Jef Spronck (roeivriend van Gerk) en Gerrit ten Brinke in1976 besloten voor het eerst te gaan wielrennen in de Franse Alpen. Met behulp van een Franse kaart en Gerks kennis van de Alpen werd Le pont-de-Beauvoisin (tussen Chambery en Grenoble) als uitvalsbasis gekozen van waaruit o.a. de Mont du Chat zou worden beklommen (10 km met een gemiddeld stijgingspercentage boven de 10%). Ondertussen had Maillard een nieuw freewheel geïntroduceerd met maar liefst zes(!) losse kransjes en bijbehorende kunststof tussenringen. Onervaren als ik was wendde ik mij tot Wim Buiter voor advies over het te kiezen verzet: “Een 42 voor en maximaal 23 achter, daar kom je overal mee boven!” Schuchter opperde ik nog even het idee van een 24, maar mij werd duidelijk gemaakt dat dat meer iets voor de schoonmoeder van Pellenaars was. In ieder geval, hij verkocht ze niet. Nog jaren heb ik met veel plezier de Izoard met 42/23 beklommen.

 

Van die eerste “fietsweek” herinner ik mij vooral dat ik in het begin steeds halverwege de klim totaal uitgeput van mijn fiets viel. Later in 1990 overkwam Georges van Diepen precies hetzelfde. (Georges van Diepen was triathleet, lid van GVAV en één van de weinigen die halverwege de woensdagavondtraining een sjekkie opstak; kom daar nog eens om). Toen ik er achter kwam dat je ook langzaam naar boven kon fietsen was het ergste leed geleden. Vanzelfsprekend was Gerk Numan het snelst boven en Hans Plate het snelst beneden. ’s Avonds aten we in Hotel de la Poste na ’s ochtends eerst met de eigenaresse het menu te hebben vastgesteld. Haar dochter had een oogje op Hans die verder in het etablissement over zijn eigen fles cognac “Baron Otard” kon beschikken. Het was een extreem warme en droge zomer dat jaar en bij terugkomst maakte Nederland een troosteloos verschroeide indruk.

naar boven
Fietsweek 2 oude stijl 1977.

Prunières

 

Na het succes van de eerste fietsweek lag een vervolg voor de hand. Besloten werd gezamenlijk een huis in de Franse Alpen te huren. Gerk regelde dat en zo kwamen we terecht in Prunières, een klein dorpje boven Lac de Serre-Poncon. We waren daar met zijn achten: Gerk Numan en Suze Spijker, Jef Spronck , Hans Plate en Hennie Meijer, Gerrit en Greetje ten Brinke, en Lemke Terpstra. Lac de Serre-Poncon, het stuwmeer, was toen nog allesbehalve de toeristische attractie van nu.
Wel zagen we daar onze eerste surfer, een Nederlandse militair die vooral bezig was zijn kinderen te drillen. We bleven daar drie weken en fietsten om de dag. Bekende cols waren de Col de Moissières (veelal door ons de Col de Misère genoemd) en natuurlijk de Col de Pontis. Tot op de dag van vandaag is de “hel van Pontis” een constante in de fietsweek. Meestal vanaf Savines langs de minst moeilijke kant. Pas in 2000 durfde de directie van de huidige variant van de fietsweek (Fokke de Kok en Harrie de Boer) het aan de beklimming van de Pontis via de moeilijkste kant in het tourschema op te nemen. We maakten ook voor het eerst kennis met Claude, de eigenaar van het hotel in Prunières. Hij probeerde ons over te halen medefinancier van nieuw te bouwen hotels en restaurants in Savine te worden. Volgens hem zou het gebied een grote toeristische attractie gaan worden. Ongelijk heeft hij niet gekregen en, helaas, ons geld ook niet.

naar boven

 

Fietsweek 3 oude stijl 1978

 

Prunières

In het voorjaar van 1978 werd onze oudste zoon geboren na een langdurig verblijf van mijn echtgenote Greetje in het academisch ziekenhuis. Daar deelde ze een kamer met Anna Hindrikje, de echtgenote van Fokke de Kok. Dat resulteerde in de eerste kennismaking van Fokke met “De Hondekoppen” en zijn huidige functie als koersdirecteur is op deze toevallige gebeurtenis terug te voeren.

 

In de zomer diende Prunières opnieuw als uitgangsbasis voor onze wieleractiviteiten. Dit keer met ons negenen (Jef had ondertussen zijn Trudy) in een prachtig nieuw chalet. De formule van om de dag fietsen bleef hetzelfde. Hooguit nam de drankinname nog wat toe. Via Claude aten we zelfs Bouillabaisse, rechtstreeks door hem vanuit Marseille voor ons bezorgd. Het rondje “Lac de Serre-Poncon” begon een klassieker te worden. Ook de Mont Colombis werd meer dan eens beklommen. Misschien dat de tourdirectie eerdaags het lef heeft deze prachtige beklimming, met halverwege midden in het dorp Theus een “Keutenbergachtig” percentage van 25%, in het schema op te nemen. Voor het eerst reed ik samen met Jef een cyclosportief, de Randonnée Vars-Izoard. Vanuit Guillestre via Savines en le Sauze naar Barcelonette en vervolgens via de Col de Vars (2108m) terug naar Guilestre. Daarna over Col d’Izoard (2360m) naar Briancon en over de hoofdweg terug naar Guillestre. Jef werd in het laatste deel door een enorme hongerklap bevangen en grijs van uitputting bereikte hij in mijn wiel gezeten de finish. Van sportdrank en sportvoeding hadden we nog nooit gehoord.

naar boven

 

Fietsweek 4 1979.

Prunières.

“De chemie is uitgewerkt”

 

In hetzelfde chalet als afgelopen jaar zou dit de laatste fietsvakantie oude stijl blijken te zijn. We kregen zelfs bezoek van Fokke de Kok en Anna Hindrikje. Niet dat Fokke toen al fietste overigens. Wrijvingen over en weer maakten dit de minst geslaagde uitvoering. Het zou vijf jaar duren voor een nieuw initiatief tot de huidige variant leidde.

 


Tekst:Gerrit ten Brinke.
Bewerking: Frits Riemersma