Fietsweek 1997

Barcelonnette

Opnieuw was de camping van madame de la Bie de standplaats van alle deelnemers. De directie was weer voltallig aanwezig zij het dat Fokke pas in de loop van maandag arriveerde. Verder waren er Frits en Greetje, Jan Reifers en Jan Kollé, Menko van der Ark, Gerrit en Greetje, Jan van der Sleet en Reina, Martin Hoogerkamp en Grietje en Koos Elzinga.

 

Omdat in 1994 de koninginnerit over de Larche, Lombarde en Bonette zo jammerlijk was mislukt stond deze opnieuw op het programma. We hebben het geweten; op die tocht rust geen zegen! ’s Ochtends zat de lucht reeds potdicht, maar toch we lieten ons niet kennen en geneutraliseerd begon de koers met de beklimming van de Col de Larche (1991m). Daarna de afdaling Italie in tot het op 900m hoogte gelegen Vinadio, waarna de beklimming van de Col de la Lombarde (2350m) begon. Frits snelde meteen vooruit terwijl Harrie en ik een verbeten gevecht om de tweede plaats voerden. Zij aan zij gingen we over de top waar het ondertussen begon te regenen. Kleumend van de kou schuilden we in een soort bushokje waar het uitdrukkelijk naar uitwerpselen rook. Het gezelschap dat bovengeraakte bestond verder uit Menko, Martin, Fokke, Jan Kollé en Koos in volgorde van aankomst. Tijdens de afdaling naar Isola 2000 begon het steeds harder te regenen. Omdat dit met het nodige onweer gepaard ging schuilden we geruime tijd onder een geschikte wegoverkapping. Uiteindelijk kwamen we drijfnat en totaal verkleumd beneden in het op 870m hoogte gelegen Isola.

 

Niets wees op enige verbetering en dus probeerden we eerst maar eens een geschikt restaurant te vinden. Omdat het al na tweeën was, was dat niet zo eenvoudig. Gelukkig vonden we een hotel waar de kok bereid werd gevonden ons uitsluitend spaghetti met entrecote te serveren. De servetten werden gebruikt om sokken te drogen. Veel hielp het niet. Ook bleef het maar regenen en onweren. Het vooruitzicht om onder deze omstandigheden bijna 2 km loodrecht omhoog te moeten klimmen naar de Col de la Bonnette was angstaanjagend. Maar ook het alternatief, de nacht in een hotel in Isola doorbrengen, was niet voor iedereen acceptabel. Dus werd uiteindelijk toch besloten weer op pad te gaan. Met geen pen valt de ellende te beschrijven die volgde. Uit elkaar geslagen worstelden we ons omhoog. Het zicht was amper honderd meter en voortdurend werd de hemel door bliksemschichten doorkliefd.

 

Afgesproken was dat bij aankomst op de top pas aan de afdaling mocht worden begonnen als de volgende was aangekomen en zo geschiede. De afdaling was nog vele malen erger dan de klim. ’s Avonds rond acht uur in de wolken, ijskoud en regen. Iedere fout zou fataal kunnen zijn en niemand die het zou zien. Toch bereikten we uiteindelijk één voor één de camping. Omdat de warmwatervoorziening via zonneboilers werkte bleek zelfs een warme douche voor ons niet weggelegd. Nooit heb ik daarvoor of daarna zo’n helletocht meegemaakt.

 

Deelnemers 1997

Frits en Greetje,
Jan Reifers,
Jan Kollé,
Menko van der Ark,
Gerrit en Greetje,
Jan van der Sleet en Reina,
Martin Hoogerkamp en Grietje,
Koos Elzinga,
Fokke en Anneke