Fietsweek 1994

Barcelonnette.

”Rondje Col de la Cayolle – Col des Champs – Col d’ Allos” Gerrit ten Brinke blijft geblesseerd achterIn de week voorafgaande aan de fietsweek sloeg het noodlot toe. Door een plotseling overstekende hond kwam ik ernstig ten val in de Cevennen. Als rechtgeaarde wielrenner droeg ik nog geen helm en dientengevolge ontwaakte ik pas in de ambulance die me naar het ziekenhuis in Alès bracht. Daar aangekomen werd een röntgenfoto van mijn hoofd genomen, niet voordat ik eerst nog eens onderuit was gegaan. Verder bleken de banden die het acromio-clavicularis gewricht bijeen houden (gedeeltelijk) afgescheurd te zijn: de bekende pianotoets. Ik moest 24 uur voor observatie blijven. Tijdens het avondeten kreeg ik, volgens goed gebruik, een flesje wijn opgedrongen.

 

Alle deelnemers aan de fietsweek, Ties Schouten, Harrie de Boer, Fokke de Kok, Frits Riemersma, Ron Mollinga, Gerrit ten Brinke en Joop Vorenkamp met echtgenotes en kinderen hadden dat jaar de camping van madame de la Bie als verblijfplaats gekozen. Bij aankomst was voor velen de aanblik van mij met schouder in ranselverband een déjà vue. Van fysieke deelname kon die week natuurlijk geen sprake zijn. Zo heb ik dus ook één van de beruchtste koninginneritten gemist. Dat jaar ging deze over de Col de Larche (1991m), Col de la Lombarde (2350m) en de Col de la Bonette (2715m). Hevig noodweer tijdens de beklimming van de Lombarde deed de deelnemers in onwaarschijnlijke modderstromen belanden. Uiteindelijk vond ieder zijn weg terug na avonturen beleefd te hebben die beter door de slachtoffers zelf kunnen worden verhaald.

 

Hieronder verslag van Ties Schouten

Op de voorgrond schrijver Ties SchoutenMet de hete zon in onze nek fietsen we vanaf de camping “Loisirsubaye” van Madame de la Bie, zo’n 10 kilometer gelegen voor Barcelonnette, om de circa 25 kilometer lange Col de la (2327 m.) te beklimmen. Nederlanders fietsen namelijk het liefst als heel Zuid Frankrijk plat ligt van de hitte. Boven op de Cayolle wordt, zoals gebruikelijk op alle cols, gewacht op de laatste man/vrouw, om ons daarna naar beneden te laten vallen richting het 20 kilometer verderop gelegen St.-Martin-d’Entraunes. Hier, aan de voet van de Champs, genieten we op een zon overgoten terras, van een grande café au lait. Tijdens de 14 kilometer lange beklimming des Col des Champs (2095 m.) begint het voorzichtig te regenen. De eerste auto’s met zwaaiende Fransozen komen ons claxonnerend tegemoet. We zijn populair, dachten we…

 

In de inmiddels hevig stromende regen beginnen we vervolgens aan de 12 kilometer lange afdaling naar Colmars. Plotseling hoor ik iemand “modder, modder” roepen. Dit blijkt een Franse wegbeheerder te zijn die “merde, merde” roept…

 

Hij is woedend dat wij daar rijden. We hadden een wegafzetting genegeerd.“Dit bord geldt niet voor ons”, zeiden we nog. Boven op de col stond welliswaar een bord met de dangereux en fermee of zoiets, maar dat geldt voor niet Nederlanders…

 

Hierop volgend worden we volkomen verrast door een enorme modderstroom, die de weg blokkeert. Omdat we niet terug kunnen en willen moeten we door en over de muur van stenen en modder waden en klimmen. Tussen de afgebroken bomen en rotsblokken klimmen we voorzichtig met onze fietsen op de rug en onder toezicht van een nog steeds “merde, merde” jammerende, naar boven kijkende fransman. Hij is terecht bang dat er nog meer rotsen en bomen beneden komen. Om uitglijden op de bemodderde brokken steen en takken te voorkomen trekken we onze fietsschoenen uit. Fokke de Kok doet ook zijn fietssokjes uit…

 

Tijdens het vervolgen van de afdaling van des Champs worden we en passant nagenoeg geplet door een grote shovel, die op weg is naar boven om de geblokkeerde weg weer vrij te maken. Fietsdiner 1994, van l naar r Koos, Gerrit, Harrie, Ank (echtgenoot van Joop Vorenkamp) en GerritIn Colmars drogen we in een café onze kleren, eten we wat en bereiden we ons voor om onze enigszins barre tocht voort te zetten. Ik merk op dat Fokke z’n Bianchi nog steeds schoon is en z’n witte sokjes ook…
De klim van 24 kilometer naar de Col d’ Allos (2240 m.) verloopt, behalve dat het nog steeds hevig regent en het al behoorlijk is afgekoeld, zonder verdere problemen. Inmiddels gewend geraakt aan de stromende regen en kou beginnen we voorzichtig aan de 20 kilometer lange afdaling naar Barcelonnette.

 

Ron Mollinga heeft meer haast dan de rest, maar houdt het halverwege de afdaling voor gezien en laat zich ,liggende met fiets op de motorkap van een “klimmende” auto, een paar meter omhoog rijden. Dit onder achterlating van een enorme kras diagonaal over de motorkap van een glimmende peugeot cabrio. Gelukkig hebben hij en z’n fiets geen ernstige beschadigingen en kan hij de de afdaling op eigen kracht volbrengen.
Ron zegt dat de bestuurder ons achterna moet rijden om de schade op de camping te regelen. We raken hem kwijt omdat hij ons in de afdaling niet kan bijhouden.

 

Terug op de camping denk ik, met een fles bierra aan de mond en de alg nog in m’n fietsbroek, aan morgen. Jour de repos ! Maar niet voor een aantal van mijn fietsweekgenoten. Morgen staat er weer een tocht op het programma. Opeens zie ik de bestuurder van de cabrio voor de tent van Ron, om de schade te regelen. Hij heeft inmiddels ook de camping bereikt, dit tot waarschijnlijk (stille) teleurstelling van Ron… De volgende dag worden worden de echte fietshelden getrakteerd op nog meer regen en hevige onweersbuien…

Deelnemers 1994

Ties Schouten,
Harrie de Boer,
Fokke en Anneke de Kok,
Frits en Greetje Riemersma,
Ron Mollinga,
Gerrit en Greetje ten Brinke,
Joop Vorenkamp,
Ties Schouten,
Harrie de Boer,
Ron Mollinga,
Joop Vorenkamp