Fietsweek 1991

Barcelonnette

Een groot gezelschap verzamelde zich dit jaar in Barcelonnette op twee verschillende campings. De families met kinderen bij Madame de la Bie, de rest op “Le Tampico”. Deelnemers waren in ieder geval: Gerard Terwisscha, Ron Mollinga, Menko van der Ark, Henk Kruims, Ties Schouten, Joop Vorenkamp (collega van Gerrit), Georges van Diepen, Fred Kamps, Monica en Eddy Rijk, Hennie Meppelink, Gerrit ten Brinke, Kirsten ten Oever en Koos Elzinga. Ongetwijfeld was de koninginnerit één van de meest memorabele uit de fietsweekgeschiedenis.

 

Voor het eerst stond het rondje “Valberg” op het programma: via de Col de la Bonette (hoogste punt van de weg op 2802m), de Col de la Couillole (1678m), de Col de Valberg (1668m) over de Col de la Cayolle (2326m) terug. Een lengte van 205km met een hoogteverschil van 4700m. Die dag was het zinderend heet. Hennie Meppelink begeleidde de deelnemers met de auto. Velen hadden echter vanaf het begin besloten uitsluitend mee te gaan tot de top van de Bonette. Alleen Menko, Georges, Koos, Henk en Gerrit, Gerard en Ron zouden de hele tocht proberen te doen. Boven op de Bonette kwam Ron echter ten val en moest noodgedwongen opgeven. Vanaf de Bonette volgt een lange snelle afdaling naar het op 500m “hoogte” gelegen St. Sauveur sur Tinée. Daar werd geluncht waarna de beklimming van de Couillole begon.

 

Training op jour de repos van l naar r Kirsten, Gerrit, TiesDe hitte was enorm en al snel besloot Gerard Hennie gezelschap te houden. Menko en ik kwamen bijna tegelijkertijd in Valberg aan. Henk lag reeds op 20 minuten terwijl Koos en Georges al meer dan een uur achter lagen. Het was duidelijk dat deze laatste twee onmogelijk op tijd over de Cayolle zouden kunnen komen en dus werden ze min of meer gedwongen plaats te nemen in de nu overvolle auto. Koos met duidelijke tegenzin. De afdaling naar Guillaumes (800m) begon met nog drie renners in de strijd. Vandaar begon de laatste klim naar de Cayolle en al snel verdween Menko in de verte. Halverwege de top moest Henk totaal uitgeput opgeven. Omdat er geen plaats meer was in de auto moest Koos weer gaan fietsen. Vijftien minuten na Menko bereikte ook ik de top; het zat er op. Hoewel de tocht als zodanig niet zwaarder is dan de Marmotte zorgde het extreem warme weer voor een ongekend slachtveld. Pas in het volgende millennium durfde de tourdirectie het aan deze tocht nogmaals als koninginnerit op te nemen.

 

De koninginnerit is altijd op donderdag na de jour de repos. Op vrijdag vindt de laatste etappe plaats, dit keer het karakteristieke rondje over de Col de Vars naar Guillestre en dan terug over de minst moeilijke kant van de Pontis. Of het de inspanning van de vorige dag was, ik weet het niet. Feit is dat ik in de afdaling van de Vars met te hoge snelheid een buitenbocht inging, naast het asfalt kwam en over de kop sloeg. Kermend van pijn bleef ik in de berm liggen. Een vriendelijke automobiliste gaf mij samen met Kirsten, zelf arts, een lift naar het gezondheidscentrum in Guillestre. Een röntgenfoto maakte duidelijk dat ik een gecompliceerde sleutelbeenbreuk had opgelopen.

 

Vervolgens ging ik samen met Kirsten in een ambulance, bestuurd door een enigszins aangeschoten chauffeur (de lunch was juist voorbij), naar het ziekenhuis in Gap. Daar werd ik eerst maar eens op een kamer geplaatst in gezelschap van een stervende patiënt. Op onze vraag aan de verpleging wanneer de arts zou komen kon men slechts antwoorden dat deze aan het golfen was. Dat was duidelijk belangrijker en ik moest maar geduld oefenen. Tegenwoordig is dat natuurlijk normaal, maar toen hadden we in Nederland nog een normale gezondheidszorg en ik was flink geïrriteerd. Aan het eind van de dag kwam de arts dan toch en kreeg ik te horen dat het vanzelf wel zou genezen. Wel werd een ransel aangelegd.

 

Deelnemers 1991

Gerard Terwisscha,
Ron Mollinga,
Menko van der Ark,
Henk Kruims,
Ties Schouten,
Joop Vorenkamp (collega van Gerrit),
Georges van Diepen,
Fred Kamps,
Monica en Eddy Rijk,
Hennie Meppelink,
Gerrit ten Brinke,
Kirsten ten Oever,
Koos Elzinga.