Verslag fietsweek 2017 door Peter van Ravenswaaij.

De 34ste editie vond plaats van zaterdag 22 juli tot zaterdag 29 juli met als thuisbasis camping Le Colporteur in Le Bourg ‘d Oissans. Deelnemers waren: Jan Reiffers met Adele, Edwin den Dunnen met Esther en Kai, Greetje en Gerrit, hun zoon Maarten en zijn vriendin Chantal, Fokke en Anneke, Anne-Frank, Koos, Jan van der Sleet, Emile, Frits en ikzelf.

Voor mij stond deze fietsweek in het kader van de Ironman Maastricht, die ik een week later zou doen. Daarom had ik voor mijzelf een aangepast programma bedacht. Ik was zaterdag al bijtijds op de camping, omdat ik vanuit Maastricht was afgereisd. Daar had ik donderdag en vrijdag het fietsparcours van de Ironman verkend. In de loop van de middag en avond druppelden de overige deelnemers binnen.

Zondagmorgen was het lekker weer. Eerst nog even een uur getraind in het plaatselijke zwembad (gratis, met kaartje van de receptie). Om 13 uur begonnen we dan aan de eerste etappe: een rit van 60 km, heen en weer naar La Berarde (1713 m). Een hele lange klim (27,3 km). Gemiddeld 3,6%, dat leek gemakkelijk, maar er zat ook een afdaling in, dus toch nog de nodige hoogtemeters en ook twee lange stukken van ongeveer 10 %. Ik had me voorgenomen om deze rit intensief te trainen en was dan ook als eerste boven. Een voor een druppelden de anderen binnen. Na twee cola en een stuk walnotentaart weer naar beneden.

Daar kwam ik, zoals gewoonlijk, als eerste aan. Afspraak is: boven en beneden wachten we op elkaar. Dus dat deed ik, alleen kwam er maar niemand. Nu was ik wel erg hard naar beneden gegaan (max 82 km.p.u), maar na 10 minuten begon ik toch ongerust te worden. En toen nog eens 10 minuten later een politiewagen met sirene omhoog ging, vijf minuten later gevolgd door een ambulance, begon ik te vermoeden dat er een ongeluk gebeurt was. Dus bellen, maar ik kreeg niemand te pakken. Dan maar weer terug, omhoog fietsen. Na een tijd kwam ik toen Anneke tegen, die vertelde dat Emile zwaar gevallen was. Hij was in de berm geraakt toen hij uit moest wijken voor Koos, die ineens ging remmen omdat zijn fiets bij hoge snelheid begon te zwabberen. Emile was toen over de kop gegaan en met zijn rug tegen de rotswand aan gesmakt Hij was nu gestabiliseerd en zou met een helikopter naar het ziekenhuis vervoerd worden. En inderdaad hoorden we even later een helikopter aankomen vliegen. In mineur fietsten we toen terug naar de camping.

Frits had zijn nummer aan de trauma arts van de helikopter gegeven. Die belde ’s avonds om te zeggen dat Emile zijn toestand stabiel was. Er was geen gevaar, wel had hij van alles gebroken: rugwervels, ribben, jukbeen, maar gelukkig geen hersenschade (leve de valhelm!). Emille zijn ouders waren ondertussen opgespoord en ingelicht en zijn vader ging de reisverzekering en de ziektekosten verzekering inschakelen.

De volgende dag gingen we toch maar weer fietsen: 100 km over de Col de Morte (1340 m) en via Valbonnais en de Col d’Ornon (1371 m) weer terug. Het was zwaar bewolkt en het laatste stuk van de Col de Morte legden we af in de regen. In een café hielden we net zo lang pauze tot het weer droog was en gelukkig bleef het zo de rest van de etappe. De afdalingen deed ik nu wat rustiger (net als de anderen denk ik). Ook bergop deed ik het kalm aan, want de volgende dag had ik een wedstrijd. Aan het eind van de middag gingen we dan met vier man naar Grenoble, om te kijken hoe het met Emile ging. Dat viel ons mee: hij was heel helder van geest, hij had nog veel pijn, maar het zag er naar uit, dat hij op de duur geheel zou herstellen en er niets blijvends aan over zou houden. Wel kon hij zich van het ongeluk en zelfs de helikoptervlucht niets herinneren, wat misschien maar beter is ook. Hij moest wel 45 dagen plat, mocht absoluut niet gaan zitten. Mocht wel na een tijd gaan lopen, als alles in zijn rug stabiel was.

Voor de dinsdag was de weersverwachting slecht. De rest van de week leek het mooi weer te worden, dus werd de rustdag van woensdag verplaatst naar de dinsdag. Dat gold dan niet voor Frits en mij, want wij deden mee aan de duathlon wedstrijd van Alpe ‘Huez. Die startte pas om 16 uur en toen was het gelukkig weer droog. De wedstrijd ging voor mij goed. Wel was het heel zwaar: eerste 7,5 km met al de nodige hoogtemeters, veel onverhard aan de rand van het dorp. Dan Alpe ‘d Huez zo hard mogelijk op fietsen en dan boven nog eens 2,5 km op en af lopen met weer veel onverhard. Ik werd 3e in mijn agegroup en Frits 1e. Onderweg kregen we de nodige aanmoedigingen van de andere fietsweekdeelnemers, want zij hadden rustdag.

Woensdag werd dan de etappe van dinsdag verreden: Alpe ‘d Huez en via Col de Serenne naar Les Deux Alpes. Alleen ging ik vanwege het herstel niet mee. Wel ging ik nog een uurtje zwemmen.

Donderdag was traditiegetrouw de koningsrit: Dit jaar met de Croix de Fer (2064 m), Col du Telegraphe, en de Galibier (2640 m), totaal 160 km en bijna 4000 hm. Vijf dapperen volbrachten dit: Esther, Frits, Jan, Gerrit en ik zelf. Het was lekker weer en toen we aan het eind van de middag boven op de Galibier waren, was het genieten van de prachtige vergezichten. Wat een verschil met vier jaar eerder: toen was het daar boven 0,5 graden met af en toe hagel! (We besloten toen de volgende dag te verkassen naar de Provence). Om half acht arriveerden we moe maar voldaan weer op de camping.

Ook vrijdag ging ik niet mee. Met het oog op de Ironman Maastricht, leek het me beter om die dag niet te gaan fietsen. Omdat ik pas zondags zou vertrekken, kon ik ook nog zaterdag gaan fietsen. Dus deed ik die dag de andere onderdelen van de triathlon trainen: ik ging een uurtje zwemmen en deed nog een duurloop van 90 minuten. De anderen fietsen nog o.a.de Pas de la Confession (1452m) op.

Zaterdag vertrokken bijna alle deelnemers naar huis of naar een volgende vakantie bestemming. Zelf ging ik nog een rondje fietsen: vol gas de Col d’Ornon op (ging lekker, had power in de benen) weer terug en halverwege de afdaling afslaan en weer omhoog naar Villard-Reymond. Dan bergrug over, 3 kn onverhard (heel lastig!) naar beneden tot in Villard-de-Notre-Dame. Dan omlaag terug naar Bourg d’ Oisans, parallel aan het dal van de Romanche met prachtige vergezichten op Alpe’d Huez aan de overkant. Wel door 3 onverlichte tunnels met bocht, waar je eigenlijk een zaklamp nodig hebt. Gelukkig geen ander verkeer. Maar dit rondje kun je beter andersom fietsen.

Zondag ging ik dan op de terugweg nog even in Grenoble bij Emilelangs op ziekenbezoek. Hij maakte het naar omstandigheden goed, maar wilde graag naar Nederland, want de verzorging was slecht en de taal was toch ook wel een barrière. Gelukkig werd dat die dag nog geregeld: op maandag vertrok een ambulance uit Nederland die Emile dinsdag weer naar huis bracht, waar hij begon aan een lange revalidatie.

En misschien wil je wel weten hoe het met mijn Ironman ging? Wel de race ging niet zo goed (veel kleine pech gevalletjes op de fiets en buikkrampen met lopen), maar ik werd toch nog derde in mijn agegroup. En omdat nummer 1 geen slot nam, kwalificeerde ik mij toch nog voor het Wereldkampioenschap Ironman op Hawaii!